Brabants

De stad van een heel andere kant leren kennen en tegelijk een klein stukje van alle cultuurvormen die ze kent opsnuiven; Maar we hebben wat meer woorden dan dat nodig om de editie die afgelopen Pinksterweekend in kunststad Tilburg werd gewandeld goed in beeld te brengen! Stad 7 kende een grote variatie aan cultuur met een grote en een kleine c: van een van de stadsdichter via een kriebels bezorgend koor tot een straatnaam bord paaldans.

Timing is cruciaal als je met drie groepen een half uur na elkaar start; voor je het weet lopen ze elkaar in de weg. Dus begint de tweede groep heel netjes net na half negen aan onze eerste Stad 7-belevenis van vanavond: Rodney Kasandikromo, een breakdancer die vanuit een schitterende grote boom op het pleintje bij startpunt Jeugdclub Heuka een smaakvolle dans met sinaasappels opvoert. Mooie stijl, flexibele bewegingen, fijn om naar te kijken.
Veel tijd om na te genieten is er niet, want agendapunt 2 wacht. Tsjipke Deuzeman is onze gids in het H. Lidwina-klooster, waar anno nu geen nonnen of paters maar Polen met een Duits paspoort wonen. In de keuken krijgen we een hapje van de Poolse variant van zuurkoolschotel: bigosh. En in de kapel zien we een film van Vincent Vriens over het leven in het klooster, waarna Demian Geerlings en Leon van Egmond in een decor van borrelglazen en -flessen een aangrijpend en prachtig tweestemmig melancholisch lied zingen en spelen over ver van huis zijn.

Heel wat anders dan de abstracte compositie Tijdwerk, die Johannes Westendorp en Anny Tseng vervolgens met aardig wat adem moeite blazen op twee panfluiten die van geroest staal lijken te zijn, maar van chocola blijken te zijn: we staan onwetend bij de achteringang van het chocoladeatelier van Wim en Hein Geers. Eenmaal door de garagedeur snuiven we de zoete geur op en weten we ons omringd door diverse kleuren chocola in allerlei vormen gegoten en gebeiteld. Na een geslaagde, MTV-achtige animatie van Paul Moggre van bonbons op benen komen we aan de voorkant weer buiten, met een overheerlijke bonbon tussen de kaken.

Het gaat rap, want voor we het weten staan we op een stukje straat omringd door acht oranje vogelhuisjes te kijk voor de mensen uit de buurt. De Tilburg Cowboys geven ons via de broedkastjes een enthousiast fluitconcert.
Dat is geenszins wat het volgende optreden verdient. In de klinkende akoestiek van een indrukwekkende art deco-trappenhuis aan de Ringbaan Oost laten de zangers en zangeressen van koor De Wind-h met een a capella gezongen stichtelijk lied namelijk de rillingen over onze ruggen lopen. Wat een schitterende, harmonieuze samenzang! Erg grappig ook hoe ze omschakelen naar een zeemanslied en vervolgens quasi dronken het publiek benaderen met een kinderliedje.
Via een spannend deurtje in een zijstraatje belanden we op een kluitje in een klein kamertje waar Eric van der Westen zijn hoorspel presenteert. In het onbehaaglijke stikkedonker dreunen monotone stemmen in diverse talen nazipropaganda op die hij een stukje verderop in het plafond vond bij de verbouwing van zijn huis. Een eenvoudig maar effectief vormgegeven nare ervaring. Maar er is hoop, want het stuk eindigt met het oordeelloze gebrabbel van een kind.
Kinderlijk vormgegeven is de volgende stap, een knibbel knabbelhuisje met een groen stippel pad, een stem die ons verwelkomt met Er was eens en een scherm vol gekke wezentjes waar normaal gesproken het raam zit. Wie haar kent, herkent daarin onmiddellijk de hand van choreografe en ontwerpster Helma Melis van dansgezelschap La Melis. Jammer dat de groep net een beetje te groot is om iedereen een goed zicht te bieden op het filmpje, de kern van dit project. Maar gelukkig bieden de tuin en het Efteling achtige huisje ook aardig wat kijkplezier.
Om de hoek, ergens achter een geheime doorgang in een gewone huizenrij, heet stadsdichter Nick J. Swarth ons welkom met een voor zijn doen behoorlijk braaf stuk tekst over de facades die het zicht op de geheimheid van de stad ontnemen en mensen die in dit soort straten komen om weer te gaan. Op de zegenende toon van een prekende pastoor neemt hij, terwijl de zon zijn laatst stralen terugtrekt, zijn publiek mee in een typisch Tilburgs gebed over Rooie Stien en andere koekwauwzen.
Niet veel verder, op een hoek bij een straatnaambord voert Jessica Gregoire, verlicht door de koplampen van een auto, in het schemerdonker een paaldans uit. Pas een jaar geleden begonnen, maar talentvol en lenig kronkelt ze langs het bordje dat daar normaal vooral staat om de Hendrik Zwaardecroonstraat aan te duiden.
Vlak daarachter ligt een scheepswerf verborgen; de rokerige kantine herbergt op dit moment naast een dronken stamgast, de charmante Odette Sorber die, zichzelf begeleidend op toetsen, twee gevoelige liederen zingt in een stijl die zo’n beetje schakelt tussen alle zangeressen die op dit moment populair zijn. In de loods achter een deurtje naast haar steekt Leon de Waal op een boot een fantasievolle monoloog af over haar liefde die haar heeft verlaten een loop van country klassieker Crazy van Patsy Cline ondersteunt het geloofwaardige, aangeschoten geklets in zielig nachthemd met negligé? schitterend.

Het programma zit proppievol en het ging allemaal tamelijk snel, maar onze timing blijkt prachtig: na een kort boottochtje naar de overkant van kanaal zien we op het spookachtig verlichte terrein van het rioolgemaal Moerenburg de groep voor ons in de verte wandelen zij zijn klaar, wij krijgen nog een paar verrassingen. Op de bodem van een leeg bassin zien we een heftige performance van een deel van de T.r.a.s.h.-dansers, losjes gebaseerd op hun recente voorstellingen. Een stukje verderop staat cafetaria t Hartje naar friet te ruiken, terwijl achter het hutje Liesje Diemont een stukje gitaar speelt als zat ze op een veranda ergens in het warme zuiden van Amerika. Het slot van de avond is voor locatiegezelschap De Kwekerij, dat een enerzijds schreeuwerige en anderzijds zeer verstilde performance neerzet over de tijd en de reis van de mens daar doorheen en daarbij schitterend gebruik maakt van de omgeving, met al zijn watertjes, bassin, bruggen, velden en bossen.

Aan het einde van de slechts circa 2,5 kilometer lange wandeling zit de geest van de wandelaar meer dan vol met de ervaringen van de laatste 2,5 uur; de kleine optredens en andere kunstzinnige uitspattingen van talent uit Brabants spannendste stad op dit gebied. En wordt maar weer eens duidelijk dat, met opleidingen in onder meer drama, dans en muziek er in Tilburg meer dan genoeg kunst(en)makers zijn die met liefde en plezier vijf dagen lang drie keer op een avond een groep van een mannetje of veertig, vijftig kunnen vermaken met iets bijzonders van eigen makelij.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here